Hoe kunnen we u helpen?

Meerwaardetaks op bepaalde fondsen

Op welke financiële instrumenten heeft deze taks betrekking ? Deze taks heeft betrekking hebben op de fondsen naar Belgisch of Europees recht (beleggingsvennootschap of gemeenschappelijk beleggingsfonds) waarvan meer dan 10% (van 2013 tot eind 2017 was dit 25%, vóór 2013 was dit 40%) direct of indirect geïnvesteerd wordt in vastrentende producten (obligaties, OLO's, kasbons, geldmarktinstrumenten, deposito's, enz.). Aanvankelijk werden enkel Europese kapitalisatiefondsen die beschikten over een Europees paspoort (UCITS IV-richtlijn 2009/65/EG) en niet-Europese fondsen in aanmerking genomen voor de heffing van de taks. De wet van 30/07/2013 heeft vanaf 1 juli 2013 de taks uitgebreid tot de Europese fondsen zonder Europees paspoort. De getroffen fondsen zijn obligatiefondsen, geldmarktfondsen, gemengde fondsen met meer dan 10% in vastrentende producten (=defensief gemengde en de meeste neutraal gemengde) en de meeste (gestructureerde) fondsen met kapitaalbescherming. Het percentage van het fonds geïnvesteerd in vastrentende producten alsook het type fonds (kapitalisatie- of distributiefonds) vindt men terug in de prospectus van het betreffende fonds (zie Transactiesite onder de tab Documenten van een specifiek fonds).

Hoe kan ik weten of het fonds in mijn portefeuille door deze taks getroffen wordt ? Deze informatie kan u terugvinden op de Transactiesite onder de tab Kosten van een specifiek fonds (onder voorwaarde dat de beheervennootschap van het fonds deze informatie aanlevert). Welke fondsen zijn niet onderworpen aan de meerwaardetaks? U betaalt geen meerwaardebelasting op de volgende fondsen: alle aandelenfondsen; alle vastgoedfondsen; alle gemengde fondsen met minder dan 10% vastrentende producten; alle distributiefondsen (fondsen die een dividend uitkeren) indien de statuten uitdrukkelijk vermelden dat de gehele netto-opbrengst van het fonds wordt uitgekeerd aan de fondsenbelegger.

Zijn distributiefondsen (fondsen die een dividend uitkeren) onderworpen aan de meerwaardetaks? De wetgever heeft bepaald dat distributiefondsen niet onderworpen zijn aan de meerwaardetaks op voorwaarde dat de statuten of het fondsreglement uitdrukkelijk voorzien in de jaarlijkse uitkering van de gehele netto-opbrengst van het fonds.

Wat wordt er belast ? Het gaat om een roerende voorheffing van 30% op de meerwaarde uit het vastrentend gedeelte (de interesten) van het fonds dat meer dan 25% belegt in vastrentende effecten (obligaties,?) bij de terugbetaling van de deelbewijzen van het betreffende fonds. De volgende 4 situaties worden beschouwd als een terugbetaling van deelbewijzen (= belastbare verrichtingen): bij de uittreding van de belegger (dit is de situatie waarin het fonds de deelbewijzen inkoopt, hetzij de belegger de deelbewijzen verkoopt); bij de vereffening van het fonds; bij de eindvervaldag van het fonds; bij bepaalde overdrachten onder bezwarende titel van aandelen.

Hoe wordt de belastbare grondslag berekend? De berekening van de meerwaardetaks is een complexe oefening en verschilt naargelang het gaat over een fonds met of zonder Europees paspoort. De meerwaardetaks wordt in beide gevallen berekend over de periode gedurende de welke de verkrijger van de interesten houder was van de deelbewijzen van het fonds, onder voorbehoud van (a) en (b) hieronder. Indien de verkrijger deze deelbewijzen door schenking heeft verkregen, wordt deze periode verlengd met de periode gedurende dewelke de schenker houder is geweest van de deelbewijzen. Voor de berekening van de taks zijn er twee mogelijkheden (onder voorbehoud van (1) en (2) hieronder). Ofwel levert de fondsemittent de zogenaamde TIS-waarden (Taxable Income per Share) en wordt de TIS-waarde op de dag van verkoop vermindert met de TIS-waarde op de dag van aankoop. Is het verschil positief, dan wordt 30% roerende voorheffing afgehouden op dat verschil. In veel gevallen zijn de TIS-waarden niet beschikbaar. In dat geval wordt de forfaitaire benadering gebruikt, gebaseerd op de meerwaarde, vermenigvuldigd met het percentage rentedragende producten in het fonds (de zogenaamde ?asset test?). Wanneer de aanschaffings- of beleggingswaarde niet gekend is, is het belastbare bedrag gelijk aan het ontvangen bedrag tijdens de verrichting (vb. de verkoop) vermenigvuldigd met het percentage van de asset test. De belastbare grondslag wordt beperkt tot de meerwaarde gerealiseerd door de belegger.

  • Voor fondsen met Europees paspoort wordt voor de bepaling van de meerwaarde teruggegaan tot 1 juli 2005, indien de deelbewijzen vóór 1 juli 2005 zijn verkregen of de verkrijgingsdatum niet kan aangetoond worden. Indien het fonds dus werd aangekocht of door schenking werd verkregen voor 1 juli 2005, dan zal de meerwaarde opgebouwd voor 1 juli 2005 niet belast worden.
  • Voor fondsen zonder Europees paspoort wordt voor de bepaling van de meerwaarde teruggegaan tot 1 juli 2008, indien de deelbewijzen vóór 1 juli 2008 zijn verkregen of de verkrijgingsdatum niet kan aangetoond worden. Voor de berekening van de belastbare basis voor de deelbewijzen die in het bezit waren vanaf 1 juli 2008 (of latere datum van aanschaffing) tot 1 juli 2013 wordt gebruik gemaakt van een forfaitaire berekening. Deze forfaitaire berekeningswijze is gebaseerd op een (fictief) jaarlijks rendement van 3% op de netto-inventariswaarde van het deelbewijs op het moment van de verwerving, vermenigvuldigd met het percentage van de asset test op 30 juni 2013. Voor de bezitsperiode na 1 juli 2013 wordt gebuik gemaakt van de ?normale? berekeningsregels (zie al. 2 en 3 hierboven).

Wat zijn de overgangsmaatregelen betreffende de belastbare verrichtingen op fondsen zonder Europees paspoort in de periode vanaf 1 juli tot en met 30 november 2013 Aangezien de wetswijziging tot uitbreiding van de meerwaardetaks pas verduidelijkt werd door een Circulaire van 25 oktober 2013 zal deze taks retroactief geïnd moeten worden voor de belastbare verrichtingen sinds 1 augustus tot en met 30 november 2013. Voor de belastbare transacties uitgevoerd in de maand juli 2013 zal de belastingplichtige zelf moeten instaan voor aangifte van het belastbare gedeelte in zijn aangifte in de personenbelasting (inkomstenjaar 2013 - aanslagjaar 2014).

Op wie is de taks van toepassing? De taks is (enkel) van toepassing op beleggers onderworpen aan de Belgische personenbelasting. Rechtspersonen en niet-residenten zijn dus niet onderworpen aan deze taks.

Voorbeelden van berekening van de meerwaardetaks op de verkoop van deelbewijzen van een fonds Voorbeeld 1 : verkoop van een fonds zonder Europees paspoort verworven vóór 01/07/2013 Basisgegevens: Aankoopdatum: 15/09/2010 NIW aankoop: 100EUR Asset test op 30/06/2013: 90% Bezitsduur vóór 01/07/2013: 1019 dagen TIS op 01/07/2013: 0 NIW op 01/07/2013: 145EUR Verkoopdatum: 08/11/2013 NIW verkoop: 150EUR TIS bij verkoop: 5 Asset test bij verkoop: 85% Berekening van de taks: Forfaitaire belastbare grondslag voor de periode vóór 01/07/2013: 100EUR x 3% x 1019/365 x 90% = 7,54EUR Belastbare grondslag voor de periode vanaf 01/07/2013: 5 (TIS bij verkoop) ? 0 (TIS op 01/07/2013) = 5 Totale belastbare grondslag: 7,54EUR + 5EUR = 12,54EUR Gerealiseerde meerwaarde: 50EUR (= maximale belastbare grondslag) Meerwaardetaks: 12,54EUR x 30% = 3,76EUR Indien de TIS waarden niet beschikbaar zijn moet de asset test worden gebruikt voor de berekening van de belastbare grondslag: Forfaitaire belastbare grondslag voor de periode vóór 01/07/2013: 100EUR x 3% x 1019/365 x 90% = 7,54EUR Belastbare grondslag voor de periode vanaf 01/07/2013: (150 - 145) x 85% = 4,25EUR Totale belastbare grondslag: 7,54EUR + 4,25EUR = 11,79EUR Gerealiseerde meerwaarde: 50EUR (= maximale belastbare grondslag) Meerwaardetaks: 11,79EUR x 30% = 3,54EUR Voorbeeld 2 : verkoop van een fonds zonder Europees paspoort verworven na 01/07/2013 (zelfde berekeningsregels van toepassing op fondsen met Europees paspoort) Aankoopdatum: 1/09/2013 NIW aankoop: 100EUR TIS bij aankoop: 45 Verkoopdatum: 30/06/2014 NIW verkoop: 108EUR TIS bij verkoop: 55 Asset test bij verkoop: 37% Verschil TIS: 55 - 45 = 10 Gerealiseerde meerwaarde: 108 ? 100 = 8EUR (= maximale belastbare grondslag) Belastbare grondslag: 8 (verschil TIS > meerwaarde) Meerwaardetaks: 8EUR x 30% = 2,40EUR Indien de TIS waarden niet beschikbaar zijn moet de asset test worden gebruikt voor de berekening van de belastbare grondslag: Belastbare grondslag: (108 ? 100) x 37% = 2,96EUR Meerwaardetaks: 2,96EUR x 30% = 0,89EUR

Ik heb vragen betreffende dit onderwerp Gelieve ons een e-mail te sturen met uw vraag naar volgend e-mail adres legal@keytradebank.com.

Deze communicatie bevat geen beleggingsadvies of aanbeveling, noch een financiële analyse. Niets in deze communicatie mag worden geïnterpreteerd als zijnde informatie met contractuele waarde van eender welke aard. Deze communicatie is uitsluitend ter informatie bedoeld. Keytrade Bank kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eender welke beslissing op basis van de informatie die deze communicatie bevat, noch voor het gebruik ervan door derden. Gelieve u in te lichten voor u in financiële instrumenten belegt. Lees daarom aandachtig het document "Overzicht van de belangrijkste kenmerken en risico’s van financiële instrumenten" in het Document center op keytradebank.be.

Door ons gebruik van cookies te aanvaarden, geeft u ons de gelegenheid om uw gebruikservaring op onze site te verbeteren: die verloopt sneller, persoonlijker en veiliger. U kan op gelijk welk moment deze parameters wijzigen.