Naar navigatie gaanNaar aanmelden gaanNaar inhoud gaan

Het verschil tussen kapitalisatie of distributie voor fondsen of trackers

Keytrade Bank logo

Keytrade Bank

keytradebank.be

Overweegt u om te beleggen in een fonds (niet-beursgenoteerd) of een tracker (beursgenoteerd, ook ETF (Exchange Traded Fund) genoemd), dan moet u kiezen tussen een distributie- of een kapitalisatievariant. Bij de distributievariant krijgt u periodiek de inkomsten uitgekeerd onder de vorm van een dividend. Een kapitalisatievariant zal de inkomsten van dividenden en coupons gaan herbeleggen.

Vooraleer u uw keuze maakt, doet u er goed aan om de voor- en nadelen van beide opties te overwegen. In dit artikel leggen we het voor u uit.

Wat is een distributiefonds?

Vindt u een regelmatig inkomen belangrijk? Dan is een distributiefonds voor u een goede keuze. Wanneer u gaat beleggen is het vaak een kwestie van geduld om het beoogde doel - lees: winst - te bereiken. Terwijl u jarenlang discipline moet aanhouden om op lange termijn succesvol te beleggen, krijgt u in de tussentijd wel dividenden uitgekeerd.

Tussentijdse dividenden van een distributiefonds

Een distributiefonds keert elk jaar een dividend uit. Dat is interessant wanneer u op zoek bent naar een regelmatig of extra inkomen. Vergelijk het met een huis dat u verhuurt. Terwijl het huis over de jaren heen in waarde kan stijgen, ontvangt u ondertussen huurinkomsten. Een distributievariant doet ongeveer hetzelfde wanneer u bijvoorbeeld op pensioen bent en uw wettelijk pensioen aan de lage kant is. De uitgekeerde dividenden zorgen dan voor een extra inkomstenstroom.

De betekenis van een kapitalisatiefonds

Wie in plaats van een regelmatige uitkering liever een vermogen op lange termijn wil opbouwen, kiest beter voor een kapitalisatievariant. Hierbij geniet u van het ‘rendement op rendement’-effect. De inkomsten (van zowel dividenden als coupons) uit deze variant worden voor u herbelegd. Die herbelegde inkomsten leveren op hun beurt weer rendement op, wat een sneeuwbaleffect creëert.

Het verschil tussen een distributie- en kapitalisatievariant

De distributievariant is een aantrekkelijke keuze, aangezien u tussendoor dividenden ontvangt. Toch heeft die een merkbaar nadeel ten opzichte van de kapitalisatievariant, namelijk de fiscaliteit. Op klassieke, niet-beursgenoteerde fondsen (onder de vorm van een BEVEK) betaalt u in het geval van een kapitalisatievariant 1,32% beurstaks bij de verkoop (niet bij de aankoop), met een plafond van 4.000 euro per verkoop. Bij de distributievariant is er geen beurstaks verschuldigd bij aankoop of verkoop, maar wel 30% roerende voorheffing op de uitgekeerde dividenden (zonder plafond).

Een voorbeeld maakt de impact duidelijk: een aandelenfonds met een dividendrendement van 3% heeft na afhouding van die 30% roerende voorheffing een nettorendement van 2,1%. Jaarlijks gaat dus 0,9% van de waarde van het fonds naar roerende voorheffing. Houdt u het fonds drie jaar bij, dan betaalt u in totaal 2,7% (3 x 0,9%) aan roerende voorheffing.

Bij een kapitalisatievariant daarentegen gaat er bij de verkoop eenmalig 1,32% van de waarde van de belegging naar de beurstaks. En dat kan voor een opmerkelijk verschil in winst zorgen.

Kortom, wie op lange termijn wil beleggen, is in sommige gevallen beter af met een kapitalisatievariant. Ontvangt u liever tussentijdse dividenden als extra bron van inkomsten? Dan loont het om de distributievariant verder te onderzoeken. Let wel: in bepaalde gevallen wordt er wél 30% roerende voorheffing afgehouden op de meerwaarde die u boekt bij de verkoop van een fonds. Dit is het geval als het fonds minstens 10% in vastrentende producten zoals obligaties investeert.

Hoe zit het met trackers?

Bij trackers (ETF’s of beursgenoteerde indexfondsen) is de situatie nog anders. Of uw tracker zijn dividenden uitkeert of eerder herbelegt, onder welke vorm deze opgericht is én waar de tracker geregistreerd is, bepaalt welk belastingtarief van toepassing is. U betaalt doorgaans 0,12% beurstaks, zowel bij de aankoop als bij de verkoop en dat zowel voor de kapitalisatie- als distributievariant (zie overzicht voor alle mogelijkheden). Net als bij klassieke, niet-beursgenoteerde fondsen betaalt u in het geval van distributie 30% roerende voorheffing.

KapitalisatietrackersDistributietrackers
Taks op beursverrichtingen op aan- en verkopen, niet geregistreerd in de EER
0,35% op de waarde van de tracker
0,35% op de waarde van de tracker
Taks op beursverrichtingen op aan- en verkopen, geregistreerd in de EER, maar niet in België
0,12% op de waarde van de tracker
0,12% op de waarde van de tracker
Taks op beursverrichtingen op aan- en verkopen, geregistreerd in België
0,12% op de waarde van de tracker
1,32% op de waarde van de tracker
Bronbelasting op uitgekeerde dividenden
30%
0% want niet van toepassing

Er is nog een tweede reden waarom een kapitalisatievariant zowel voor fondsen als voor trackers interessanter kan zijn. Als u belegt in een fonds of tracker, belegt u niet rechtstreeks in de onderliggende aandelen of obligaties. In regel zal de beheerder van het fonds of de tracker ook een bronbelasting (zeg maar roerende voorheffing) betalen op de aandelen en/of obligaties in de portfolio.

De kans is echter groot dat u nog eens zelf roerende voorheffing zal betalen op het dividend dat u krijgt. Op die manier kan u dubbel belast worden. De beheerder van het fonds of de tracker kan weliswaar attesten invullen om een beroep te kunnen doen op een dubbelbelastingverdrag, waardoor de bronbelasting lager ligt. Maar niet elke beheerder doet dat.

Andere artikels die u mogelijk interesseren