Sell first, ask questions later? Wat oorlog met de beurs doet
Keytrade Bank
keytradebank.be
09 april 2026
3 minuten te lezen
Een aanslag. Een invasie. Een conflict dat escaleert. De eerste reflex bij veel beleggers is dezelfde: verkopen, en liefst zo snel mogelijk. Maar is het wel slim om die intuïtie te volgen? De feiten vertellen een ander verhaal. En dat verhaal is een stuk bemoedigender dan de krantenkoppen doen vermoeden.
Wanneer er oorlog uitbreekt of een andere geopolitieke bom ontploft, reageert de markt vrijwel altijd hetzelfde. De aandelenkoersen kelderen, beleggers vluchten naar veilige havens zoals goud en staatsobligaties, en het woord 'onzekerheid' domineert het financieel nieuws. Dat patroon is zo oud als de beurs zelf.
Maar de initiële schok is slechts het begin van het verhaal. Een historische analyse van de S&P 500 — ’s werelds grootste beurs in marktkapitalisatie — toont een opvallend patroon. Aanvankelijk daalt de beurs meestal na het uitbreken van een conflict, bereikt die een bodem na een paar weken, om het verlies in de meeste gevallen binnen één à twee maanden weer goed te maken (bron).
Van de aanval op Pearl Harbor tot 9/11 en Brexit: sinds 1939 vonden bijna dertig ingrijpende geopolitieke gebeurtenissen plaats. Eén week na de start van zo’n gebeurtenis noteerde de S&P 500 gemiddeld -1,1% lager. Na een maand was dat -1,4%, na zes maanden +3,5% en na twaalf maanden +6,4% (bron).
Wat de geschiedenis ons leert: crisis na crisis, herstel na herstel
Een blik op enkele specifieke gebeurtenissen bevestigt dat beeld in vele gevallen. Maar er zijn ook uitzonderingen.
- Tweede Wereldoorlog en Pearl Harbor – De meest verwoestende oorlog uit de moderne geschiedenis liet uiteraard diepe sporen na op financiële markten. Toch toonden de markten een opmerkelijke veerkracht naarmate de uitkomst van het conflict duidelijker werd. Economische groei, militaire productie en naoorlogse wederopbouw gaven beurzen nieuwe impulsen.
- Cubaanse raketcrisis (1962) – Dichter bij een nucleaire catastrofe zijn de wereld en de markten nooit geweest. De S&P 500 verloor aanvankelijk terrein. Zodra de situatie de-escaleerde, herstelden de koersen volledig in enkele weken, waarna de index 12 maanden na het uitbreken van de crisis 26,9% was geklommen.
- Arabisch-Israëlische oorlog en olie-embargo (1973) – Het olie-embargo van de OPEC, als reactie op westerse steun aan Israël, was een van de zwaarste klappen die energiemarkten ooit incasseerden. De olieprijs verviervoudigde, de inflatie explodeerde en de S&P 500 verloor meer dan 35% in 12 maanden. Het duurde zes jaar voordat de markt zijn oude niveau terugvond. Dit was geen typische geopolitieke schok, maar een structurele verstoring van de economische fundamenten.
- Golfoorlog (1990) – De invasie van Koeweit door Irak trof de markten tijdens een recessie, wat de schade vergrootte: de S&P 500 verloor op een bepaald moment ruim 16%. Maar ook hier volgde herstel zodra veel onzekerheden wegvielen. Twaalf maanden na het uitbreken van de oorlog stond de S&P 500 8,9% in het groen.
- Aanslagen van 11 september 2001 – Nadat de beurs enkele dagen gesloten bleef, daalde de S&P 500 in de eerste handelsweek met bijna 5%. Toch had de index zijn verlies na enkele maanden volledig goedgemaakt. De aanslagen hadden een enorme menselijke en psychologische impact, maar veranderden de economische fundamenten niet structureel. De S&P 500 eindigde één jaar na de aanslagen 16,7% in het rood doordat de periode samenviel met een recessie en de dotcom-bubbel die leegliep.
- Arabische Lente (2011) – De golf van politieke omwentelingen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten deed de olieprijzen tijdelijk stijgen, maar de impact op westerse aandelenmarkten bleef beperkt. De S&P 500 noteerde twaalf maanden na de start van de Arabische Lente 1,8% hoger.
- Brexit (2016) – Het referendum verraste markten en joeg de volatiliteit omhoog. Het Britse pond kelderde, en Europese aandelenmarkten doken aanvankelijk scherp. Maar wereldwijd herstelden de meeste indices binnen enkele weken, naarmate duidelijk werd dat de economische schade beperkter zou zijn dan gevreesd. Twaalf maanden na het referendum stond de S&P 500 16,7% hoger.
- Russische invasie van Oekraïne (2022) – Dit conflict trof energie- en grondstoffenmarkten hard. De eerste maanden na het uitbreken van het conflict steeg de S&P 500, om 12 maanden later 5% prijs te geven. Sinds de start van de oorlog is de S&P 500 met ruim 50% gestegen (situatie 26 maart 2026).
De vetgedrukte gebeurtenissen vielen samen met een recessie. Bron: Deutsche Bank Research Institute, 4 maart 2026.
![Picture1]()
De rode draad: bedrijfsresultaten tellen, geopolitiek is vaak ruis
Wat verklaart die opmerkelijke veerkracht? Aandelenmarkten kijken vooruit: ze proberen in te schatten hoeveel winst bedrijven in de toekomst zullen maken. Oorlogen en geopolitieke gebeurtenissen, hoe dramatisch ook, verstoren op zich de bedrijfswinsten zelden.
Dat wil niet zeggen dat elk conflict zich op dezelfde manier ontvouwt. Conflicten die samenvallen met een recessie of een verstoorde energievoorziening, laten vaak diepere sporen na. De Arabisch-Israëlische oorlog van 1973, gecombineerd met het olie-embargo van de OPEC, leidde bijvoorbeeld tot een diepe en langdurige marktdaling.
Daarom heeft het lopende Iran-conflict kenmerken die beleggers extra waakzaam moeten maken. Dit is precies het scenario dat historisch gezien wél zwaar weegt op markten: wanneer een conflict de energiestromen structureel verstoort, inflatie aanwakkert en het pad van de centrale banken wijzigt, kunnen bedrijfswinsten en groeiperspectieven wél onder druk komen. Dat maakt de huidige situatie gevaarlijker dan een 'typische' geopolitieke schok.
Wat betekent dit voor beleggers?
Beleggers die bij elke geopolitieke schok uitstappen, missen doorgaans het herstel. Langetermijnrendementen worden uiteindelijk bepaald door bedrijfsresultaten en de financiële gezondheid van bedrijven, niet door geopolitieke krantenkoppen.
Tegelijk kent het huidige conflict nog geen duidelijke uitkomst. De energiemarkt stuurt momenteel in sterke mate de financiële markten aan. Twee factoren zullen wellicht doorslaggevend zijn voor de beurzen: hoe lang het conflict en de blokkade duurt en hoe groot de blijvende schade aan de energievoorzieningen is. De verstoring van de energieroutes kan relatief snel opgeheven worden waardoor de volumes weer snel op peil kunnen komen. Maar als er de komende tijd steeds meer energie-infrastructuur wordt vernietigd, kunnen de gevolgen nog jaren doorwerken, ongeacht hoe snel de oorlog voorbij is.
De uitdaging voor beleggers ligt er niet zozeer in om de marktreactie op het laatste nieuws te voorspellen, maar wel te zorgen dat hun portefeuille niet overmatig blootgesteld is aan extreme scenario's. Concreet betekent dat: brede spreiding over sectoren en regio's, met bijzondere aandacht voor kwaliteitsvolle bedrijven met sterke balansen. En bovenal een gezonde dosis geduld. Raadpleeg vóór u belegt de belangrijkste kenmerken en risico's van financiële instrumenten.



