Maakt groeibeleggen plaats voor waardebeleggen?
Keytrade Bank
keytradebank.be
15 oktober 2026
(bijgewerkt op 19 oktober 2026)
3 minuten te lezen
Meer dan tien jaar lang leek de prijs van een aandeel er nauwelijks toe te doen. Wie in groei belegde, deed het uitstekend. Wie op koopjesjacht ging, bleef achter. Dat beeld kantelt. Zo doen Europese bankaandelen het al sinds 2022 beter dan de Magnificent Seven, en wereldwijd lopen waardeaandelen dit jaar voorop. Is dat een tijdelijke inhaalbeweging of een structurele verschuiving? [tekst]
Eerst de begrippen. Groeibeleggers kopen bedrijven waarvan ze verwachten dat omzet en winst snel blijven stijgen, en betalen daar graag een hoge prijs voor. Denk aan technologiebedrijven zoals Nvidia, ASML of Tesla. Waardebeleggers doen het omgekeerde: ze zoeken aandelen die goedkoop noteren tegenover hun winst, boekwaarde of dividend, vaak omdat de markt ze uit het oog verloor.
Indexbouwer MSCI gebruikt die criteria om de aandelenmarkt in twee kampen te verdelen. In het groeikamp betaalt u vandaag bijna 24 keer de verwachte winst en ruim 8 keer de boekwaarde. In het waardekamp is dat 15 keer de verwachte winst en minder dan 3 keer de boekwaarde (bron 1 en bron 2 - situatie september 2026). Het prijsverschil is enorm. De vraag is of het gerechtvaardigd is.
Het decennium van groei
Om de huidige ommekeer te begrijpen, moeten we terug naar het tijdperk van de nulrente. Na de financiële crisis van 2008 duwden centrale banken de rente jarenlang richting nul. Goedkoop geld is een zegen voor groeiaandelen: hun winsten liggen grotendeels ver in de toekomst, en bij een lage rente weegt die verre toekomst zwaarder in de waardering van vandaag.
Het resultaat was een periode waarin groei duidelijk beter presteerde dan waarde. Ook over de voorbije tien jaar bleef groei ruim aan de leiding: de wereldwijde groei-index boerde gemiddeld 15,5% per jaar vooruit, de waarde-index 11,1% (bron 1 en bron 2 ). In 2020, het jaar van de pandemie, was de kloof extreem: groei steeg met 34%, waarde verloor bijna 0,4%.
Toch was die periode historisch gezien de uitzondering, niet de regel. Wie de hele beursgeschiedenis bekijkt, ziet een ander plaatje.
Wat de geschiedenis leert
Benjamin Graham, de leermeester van Warren Buffett, legde in de jaren dertig de basis van waardebeleggen: koop een aandeel alleen wanneer het ruim onder zijn intrinsieke waarde noteert. Dat verschil noemde hij de veiligheidsmarge. De academische wereld volgde in 1992, toen de economen Eugene Fama en Kenneth French vaststelden dat goedkope aandelen op lange termijn systematisch beter presteren dan dure. Fama kreeg er later de Nobelprijs voor.
Hun databank, die teruggaat tot midden 1926, is nog altijd de referentie. Volgens die cijfers klopten Amerikaanse waardeaandelen hun groeigenoten sinds 1927 met gemiddeld 4 procentpunt per jaar (bron). Ook wereldwijd houdt dat beeld stand: sinds eind 1974 rendeerde de MSCI World Value Index gemiddeld 11,7% per jaar (bron), tegenover 10,8% voor de MSCI World Growth Index (bron). Die indexen bestaan wel pas sinds 1997; de cijfers van daarvoor zijn door MSCI teruggerekend. Een verschil van nog geen procentpunt, maar over een halve eeuw betekent dat een eindkapitaal dat ruim de helft hoger ligt.
Belangrijke nuance: die voorsprong verloopt nooit in een rechte lijn. Waarde kent lange periodes van achterstand, zoals eind jaren negentig tijdens de dotcomzeepbel, en opnieuw van 2007 tot 2020. Omgekeerd volgen op die droogtes vaak felle inhaalbewegingen. Toen de dotcomzeepbel tussen 2000 en 2002 leegliep, verloor de groei-index in tweeënhalf jaar 57% (bron), terwijl waardeaandelen veel beter standhielden.
De kentering in cijfers
De rentestijging vanaf 2022 bracht de omslag. Wereldwijd verloor de groei-index dat jaar 29%, de waarde-index nog geen 6% (bron). Daarna heroverde groei tijdelijk het initiatief dankzij de AI-euforie. Maar sinds eind 2025 keert het tij opnieuw. Tot eind augustus 2026 rendeerde de MSCI World Value Index dit jaar 17,9%, bijna het dubbele van de 9,1% van de MSCI World Growth Index (bron).
In Europa is het beeld nog uitgesprokener. De MSCI Europe Value Index klom in 2025 met 30,5%, tegenover 19,4% voor de brede Europese index (bron). De grote motor: de banken. De Euro Stoxx Banks, de index van de grootste eurozonebanken, steeg vorig jaar met ruim 80%, het beste jaar sinds de metingen in 1987 begonnen (bron). En dat terwijl beleggers de sector jarenlang links lieten liggen. Volgens strategen van Goldman Sachs deden Europese banken het sinds 2022 aanzienlijk beter dan de Magnificent Seven, de zeven grote Amerikaanse techbedrijven (bron). De meeste beleggers hebben dat gemist, omdat alle aandacht naar AI ging.
Waarom het kantelt
Vier krachten verklaren de omslag.
Ten eerste de rente. Nu die weer op hogere niveaus staat, wegen winsten in de verre toekomst minder zwaar (en verdienen banken opnieuw aan hun kernactiviteit).
Ten tweede de waarderingen. Na jaren van euforie is de kloof tussen goedkope en dure aandelen uitzonderlijk groot. Volgens vermogensbeheerder GMO noteerde de goedkoopste helft van de Amerikaanse beurs begin 2026 tegenover de duurste helft op een van de laagste niveaus in meer dan veertig jaar metingen. Om terug te keren naar een historisch normale verhouding, zouden waardeaandelen het in de VS nog 70% beter moeten doen dan groeiaandelen, en wereldwijd zo'n 50% (bron). Zo'n kloof heeft de neiging om zich op termijn te sluiten.
Ten derde de concentratie. In de wereldwijde groei-index wegen Nvidia en Apple samen ruim 21%, en de tien grootste posities bijna de helft (bron - situatie september 2026). Elke twijfel over het rendement van de gigantische AI-investeringen treft die index dus frontaal. In de waarde-index wegen de tien grootste posities amper 22%.
Ten vierde de nieuwe economische realiteit. Energie en financiële waarden zijn typische waardesectoren: in de wereldwijde waarde-index weegt energie bijvoorbeeld ruim 7%, in de groei-index nog geen 1%. Financiële waarden wegen ruim 26% in de waarde-index, en minder dan 7% in de groei-index (bron). En net die sectoren varen wel in het huidige klimaat.
Een kanttekening: waarde is niet altijd wat het lijkt
Toch is voorzichtigheid geboden bij wie enthousiast een ETF in waarde-aandelen koopt. De manier waarop indexbouwers 'waarde' definiëren, levert soms verrassende uitkomsten op. Chipfabrikant Micron, een van de grote winnaars van de AI-golf, is vandaag de derde grootste positie in de MSCI World Value Index. Microsoft en Meta staan op één en twee (bron).
Hoe kan dat? Wanneer de winst van een cyclisch bedrijf plots explodeert, lijkt het aandeel tijdelijk spotgoedkoop tegenover die winst. Een kwantitatieve formule pikt het dan op als 'waarde', ook al is het geen vergeten koopje maar een hype-aandeel dat mogelijk op zijn piek staat. Een deel van de sterke prestaties dit jaar komt dus van aandelen die eigenlijk in het andere kamp thuishoren. Wie bewust in waarde wil beleggen, kijkt beter naar wat er precies in een fonds of tracker zit dan naar het etiket.
Tijdelijk of structureel?
Eerlijk is eerlijk: niemand weet het zeker. De argumenten voor een structurele verschuiving zijn sterk. De rente lijkt niet terug te keren naar nul en de waarderingskloof blijft historisch groot. Dichter bij huis profiteert de Europese economie van een pragmatischer industriebeleid, forse Duitse investeringen en een banksector die er sterk voor staat. Bovendien leert de geschiedenis dat inhaalbewegingen van waarde vaak jaren aanhouden.
Maar er zijn ook tegenargumenten. Als de AI-investeringen wél de beloofde productiviteitswinst opleveren, kunnen groeiaandelen hun hoge waardering waarmaken. En waardeaandelen hebben hun eigen valkuilen: in de financiële crisis van 2008 verloor de wereldwijde waarde-index bijna 61%, meer dan de markt als geheel, onder meer omdat banken er zo zwaar in wegen (bron). Goedkoop kan altijd goedkoper worden.
Moet u uw strategie bijsturen?
Wie de voorbije jaren vooral in brede wereldindexen belegde, zit vandaag ongemerkt zwaar in een handvol Amerikaanse techreuzen. Dat is geen reden tot paniek, wel om er bewust mee om te gaan. Enkele overwegingen:
- Kies geen kamp, spreid over beide. De geschiedenis toont dat waarde en groei elkaar afwisselen, in cycli die soms meer dan tien jaar duren. Wie op het verkeerde moment volledig overstapt, koopt hoog en verkoopt laag. Een portefeuille met beide stijlen schommelt minder en vangt beide cycli op.
- Kijk naar de regio's. Europa is structureel meer 'waarde' dan de VS, met veel banken, energie, industrie en defensieve sectoren. Wie zijn Amerikaanse techblootstelling wil afbouwen, hoeft niet per se naar een waardefonds te grijpen. Een bredere spreiding naar Europa doet al veel.
- Lees het etiket. Niet elk waardefonds bevat wat u verwacht. Controleer de grootste posities en de sectorverdeling vóór u instapt.
- Blijf trouw aan uw horizon. Stijlrotaties zijn geen kortetermijnspel. Wie waarde toevoegt, doet dat best als structureel onderdeel van een gespreide portefeuille, niet als gok op het volgende kwartaal.
Raadpleeg vóór u belegt de belangrijkste kenmerken en risico's van financiële instrumenten.
Uw portefeuille in evenwicht brengen?
Log in op keytradebank.be of open de app. Zoek op de term 'value' om waardefondsen en -ETF's te vinden, of op de naam van het aandeel waarin u wilt beleggen.


