Midterms en de beurs: wat leert de geschiedenis?
Keytrade Bank
keytradebank.be
29 oktober 2026
3 minuten te lezen
Negentien keer op rij. Zo vaak stond de Amerikaanse beurs sinds 1950 een jaar na de midterms hoger. Hoe gedraagt de beurs zich voor en na die verkiezingen? En welke sectoren kunnen winnen of verliezen als de macht in Washington verschuift?
De Amerikanen kiezen op 3 november geen nieuwe president. Ze kiezen wel een nieuw Congres, het Amerikaanse parlement. Die verkiezingen vallen halverwege het mandaat van de president, vandaar de naam ‘midterms’. Alle 435 zetels in het Huis van Afgevaardigden staan op het spel, en 35 van de 100 zetels in de Senaat.
Dat lijkt een binnenlandse kwestie, maar het Congres heeft veel macht. Het stemt de wetten en de begroting en beslist hoeveel de overheid mag lenen. De Senaat keurt bovendien belangrijke benoemingen goed, van ministers en rechters tot bestuurders van de Amerikaanse centrale bank. Wie het Congres controleert, bepaalt dus mee hoeveel speelruimte de president de komende twee jaar krijgt.
Vandaag hebben de Republikeinen in beide kamers een krappe meerderheid. In het Huis beschikken ze over 218 zetels, tegenover 214 voor de Democraten (bron). In de Senaat is het 53 tegen 47, als u de twee onafhankelijke senatoren meetelt die bij de Democratische fractie aansluiten (bron). Om de meerderheid over te nemen, moeten de Democraten er in elke kamer netto vier zetels bijwinnen.
Het rapport van halverwege
Voor de partij van de president zijn de midterms zelden een feest. In 20 van de 23 midterms sinds 1934 verloor ze gemiddeld zo’n 27 zetels in het Huis. Alleen in 1934, 1998 en 2002 won de partij van de president zetels bij in het Huis (bron). In de Senaat ging ze er in ongeveer twee op de drie gevallen op achteruit (bron).
Kiezers gebruiken de midterms graag om het beleid te beoordelen, en daarbij kijken ze vooral naar hun portemonnee. De partij van de president verloor sinds 1978 gemiddeld 32 zetels in het Huis als de benzineprijs in de aanloop naar de verkiezingen steeg. Daalde die prijs, dan bleef het verlies beperkt tot gemiddeld 6 zetels (bron). Ook nu voelen de Amerikanen het aan de pomp. In september klom de inflatie sterker dan verwacht naar 3,7%, vooral door duurdere brandstof, terwijl de lonen nauwelijks stegen (bron).
En dit jaar? De peilingen tonen een kritische kiezer, en die is niet alleen streng voor de president. Volgens RealClearPolling heeft amper 38,2% van de Amerikanen een gunstig beeld van Trump. Ook de Democratische en Republikeinse Partij blijven met respectievelijk 39,7% en 37% onder de 40%. Maar wanneer kiezers moeten kiezen welke partij ze in het Congres willen, is het verschil duidelijker: de Democraten leiden momenteel met ruim 8 procentpunt (bron).
Dat is interessant voor politicologen. Voor beleggers is een andere vraag belangrijker: wat doet de beurs vóór en ná de verkiezingen?
Eerst zenuwen, daarna vaak herstel
Midtermjaren hebben historisch gezien geen al te beste reputatie op de beurs. Sinds 1931 leverde de S&P 500 in midtermjaren gemiddeld 4,7% rendement op, tegenover 9,5% in andere jaren. Ook de nervositeit ligt hoger. Sinds 1970 bedroeg de mediane volatiliteit in midtermjaren bijna 16%, tegenover 13% in andere jaren (bron).
Maar dan wordt het verhaal verrassender. Sinds 1950 steeg de S&P 500 in de twaalf maanden ná de midterms gemiddeld met 15,4%. Dat is bijna dubbel zoveel als tijdens vergelijkbare periodes in andere jaren. In geen enkele midtermcyclus stond de index een jaar na de verkiezingen lager (bron).
Is dat een eenvoudig beursrecept? Helaas niet.
De beurs houdt vooral niet van vraagtekens
Een mogelijke verklaring voor het patroon is opvallend eenvoudig: onzekerheid. Vóór de verkiezingen circuleren voorstellen over belastingen, energie, gezondheidszorg, handelsbeleid en regulering. Bedrijven weten niet wat daarvan werkelijkheid wordt. Beleggers evenmin.
Kort na de verkiezingen verdwijnt minstens één onbekende. De markt ziet welke wetten kans maken, welke plannen stranden en waar politieke blokkades ontstaan.
Zwakkere prestaties tijdens midtermjaren hangen historisch eerder samen met beleidsonzekerheid dan met een voorkeur van Wall Street voor de ene of de andere partij (bron). Dat verklaart meteen waarom het gevaarlijk is om de beurs te reduceren tot Republikeins rood versus Democratisch blauw.
Wat kan wél veranderen?
Veel van het beleid dat vandaag belangrijk is voor de financiële markten kan ook zonder nieuwe wetten doorgaan. Denk aan invoertarieven, immigratie, deregulering en buitenlands beleid. Die lopen voor een belangrijk deel via het Witte Huis en federale overheidsdiensten. De Amerikaanse bank Morgan Stanley verwacht daarom dat zelfs een stevige verschuiving in het Congres de grote beleidsrichting niet noodzakelijk omgooit (bron). Het Congres heeft wél veel invloed op belastingen, begrotingen, overheidsuitgaven en toezicht. Daar kunnen de verschillen groter worden.
Republikeinen houden de controle: energie, banken en AI
Als de Republikeinen beide kamers controleren, krijgt het Witte Huis meer ruimte voor zijn agenda.
Volgens de Amerikaanse bank BNY behoren defensie, fossiele brandstoffen, financiële waarden, crypto en AI-infrastructuur tot de sectoren die daar relatief veel invloed van kunnen ondervinden. Ook kernenergie en gascentrales kunnen profiteren van de enorme stroomvraag van datacenters. Hernieuwbare energie en bepaalde uitgaven voor gezondheidszorg kunnen daarentegen meer tegenwind krijgen (bron).
Maar meer beleidsruimte kan ook een minder aangename bijwerking hebben: grotere tekorten. Als belastingverlagingen en extra uitgaven de overheidsschuld verder doen oplopen, moet Washington meer obligaties uitgeven. Dat kan de langetermijnrente omhoogduwen en zo druk zetten op dure aandelen.
Een verdeeld Washington: minder wetten, meer begrotingsruzie
Op Wall Street circuleert een oude wijsheid: beleggers houden van een politieke patstelling. Als geen enkele partij alle touwtjes in handen heeft, komen er weinig ingrijpende wetten, en dus weinig verrassingen. De cijfers geven die wijsheid enig krediet.
Onder een Republikeinse president met een verdeeld Congres steeg de S&P 500 in het jaar na de midterms gemiddeld zo’n 23%. Verloor de president beide kamers, dan was dat gemiddeld 15% (bron). Toch waarschuwt de bank dat beleggers er niet zomaar van mogen uitgaan dat een verdeeld Washington automatisch goed nieuws is voor de beurs.
De keerzijde? Begrotingsonderhandelingen worden harder. Shutdowns, waarbij overheidsdiensten tijdelijk dichtgaan omdat er geen begroting is, en discussies over het schuldenplafond, de wettelijke bovengrens voor de overheidsschuld, blijven ook na de midterms een terugkerend risico. Welke partij ook wint, de Amerikaanse begrotingskoers verandert waarschijnlijk niet fundamenteel.
En het uitgangspunt is al weinig comfortabel. Het Congressional Budget Office verwacht voor 2026 een begrotingstekort van 1.900 miljard dollar, of 5,8% van het bbp. De overheidsschuld zou stijgen van 101% van het bbp vandaag naar 120% in 2036 (bron).Voor beleggers kan die schulddynamiek uiteindelijk belangrijker blijken dan één verkiezingsavond.
Democratische controle: meer toezicht
Krijgen de Democraten meer macht in het Congres, dan wordt het moeilijker om nieuwe, ingrijpende wetten gestemd te krijgen.
Tegelijk kan het toezicht op bepaalde sectoren toenemen. Morgan Stanley noemt vooral grote technologiebedrijven en energieproducenten. Concurrentie, dataprivacy, AI, energieprijzen en fossiele brandstoffen kunnen hoger op de politieke agenda komen (bron).
BNY ziet aan de andere kant mogelijke rugwind voor hernieuwbare energie en delen van de gezondheidszorg, bijvoorbeeld ziekenhuizen en bedrijven die profiteren van publieke zorgprogramma's. Farmabedrijven kunnen dan weer meer druk voelen rond geneesmiddelenprijzen (bron).
Ook hier geldt: een meerderheid in het Congres is geen vrijgeleide. De president behoudt zijn vetorecht.
Wat moet u als belegger onthouden?
Midtermjaren zijn gemiddeld onrustiger, en de twaalf maanden erna waren historisch gezien opvallend sterk. Maar dat betekent nog niet dat dit scenario zich ook ditmaal herhaalt. De geschiedenis toont patronen, geen garanties.
Voor beleggers is het daarom vooral belangrijk om niet te veel gewicht aan één verkiezingsuitslag te geven. De samenstelling van het Congres kan bepaalde sectoren tijdelijk een duw in de rug of tegenwind geven, maar rente, inflatie, economische groei en bedrijfswinsten blijven minstens zo belangrijk.
En misschien is dat wel de belangrijkste les van eerdere midterms: markten reageren niet alleen op wie wint, maar vooral op hoeveel onzekerheid daarna verdwijnt. Zodra beleggers beter kunnen inschatten welk beleid haalbaar is, verschuift de aandacht opnieuw naar de economie en de bedrijven zelf.
Wie voor de lange termijn belegt, hoeft zijn portefeuille dus niet op 3 november om te gooien. Wel kan het nuttig zijn om te controleren of die voldoende gespreid is en niet te afhankelijk is van één sector, regio of politiek scenario.
Raadpleeg vóór u belegt de belangrijkste kenmerken en risico’s van financiële instrumenten.
Uw portefeuille spreiden?
Log in op keytradebank.be of open de app en zoek naar aandelen, ETF's of fondsen die bij uw beleggingsstrategie passen.


