Plannen om samen te wonen of trouwen? Wat als uw partner schulden heeft...
Keytrade Bank
keytradebank.be
12 januari 2026
3 minuten te lezen
Liefde mag dan wel blind zijn, schuldeisers zijn dat zeker niet.
1. Trouwen en schulden
Jaarlijks stappen zo’n 90.000 Belgen in het huwelijksbootje (bron). Voor velen is het een logisch, romantisch of praktisch vervolg op samenwonen. Maar tussen de bloemen, felicitaties en vlinders in de buik vergeten we soms één ding. Trouwen kan ook financiële en fiscale gevolgen en verantwoordelijkheden meebrengen.
In België bent u door te trouwen niet automatisch aansprakelijk voor alle schulden van uw partner. Het hangt af van het huwelijksvermogensstelsel dat voor jullie geldt (wettelijk stelsel van gemeenschap, scheiding van goederen of algehele gemeenschap). Elk stelsel heeft eigen regels over welke schulden persoonlijk blijven en welke ten laste van beiden vallen. Toch zijn er algemene principes die voor álle gehuwden gelden, ongeacht het stelsel:
- Gezinsuitgaven. Echtgenoten moeten samen instaan voor schulden aangegaan voor de gewone gezinsuitgaven (en de opvoeding van de kinderen). Denk aan boodschappen, kleding voor de kinderen, schoolrekeningen, facturen voor gas, water en elektriciteit, huur van de gezinswoning, enzovoort. Deze gezinsschulden kunnen op beide partners verhaald worden, zelfs als maar één van de twee het contract aanging. Het idee hierachter is dat beide echtgenoten solidair bijdragen aan het huishouden.
- Belastingschulden. Daarnaast zijn gehuwden hoofdelijk aansprakelijk voor elkaars belastingschulden. Dat wil zeggen dat de fiscus – bij bijvoorbeeld een achterstallige personenbelasting of andere belasting – zich tot om het even wie van de twee echtgenoten kan wenden om de schuld te innen. De belastingdienst mag in principe zowel het gemeenschappelijke vermogen als ieders eigen vermogen aanspreken om openstaande belastingen te recupereren. Via een notariële akte kunnen jullie wel overeenkomen om elkaars eigen vermogen te vrijwaren van zulke fiscale invordering. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de solidariteit tussen echtgenoten opgeheven voor regionale belastingen (zoals onroerende voorheffing en verkeersbelasting).
Bovenstaande punten gelden ongeacht het huwelijksstelsel. Voor alle andere schulden speelt het gekozen stelsel een grote rol.
> Wettelijk stelsel
Zonder huwelijkscontract valt u automatisch onder het wettelijk stelsel, ook bekend als het wettelijk gemeenschapsstelsel. In dit regime worden de vermogens van de echtgenoten opgedeeld in drie delen: uw eigen vermogen, het eigen vermogen van uw partner, en het gemeenschappelijk vermogen (dat jullie tijdens het huwelijk samen opbouwen, met uitzondering van persoonlijk ontvangen giften en erfenissen). Dit betekent dat niet alles automatisch samenvloeit; sommige zaken blijven persoonlijk.
- Persoonlijke schulden vóór het huwelijk. Schulden die één van de partners al vóór het huwelijk had, blijven in het wettelijk stelsel eigen schulden. De andere partner kan niet verplicht worden om deze oude schulden mee terug te betalen.
- Gemeenschappelijke schulden tijdens het huwelijk. Naast ieders eigen vermogen is er ook een gemeenschappelijk vermogen. Daarin zitten bijvoorbeeld de inkomsten die jullie tijdens het huwelijk verdienen en goederen die jullie samen aanschaffen. Schulden die tijdens het huwelijk gemaakt worden in het belang van het gezin of het gemeenschappelijk vermogen, worden als gemeenschappelijke schulden beschouwd. Hebben jullie bijvoorbeeld samen een lening of hypotheek afgesloten (beide handtekeningen), dan is die schuld gemeenschappelijk.
Voor alle gemeenschappelijke schulden geldt dat de schuldeiser zich mag verhalen op het volledige vermogen van het koppel. Dit omvat zowel het gemeenschappelijk vermogen als (indien dat niet volstaat) ieder zijn persoonlijke vermogen. Hier ziet u duidelijk hoe belangrijk de aard van de schuld is: een schuld van uw partner die niets met gezinsuitgaven te maken heeft, blijft zijn/haar eigen probleem, maar een openstaande rekening voor gezinskosten is van jullie allebei.
Bij twijfel over de aard van een schuld – stel dat één partner claimt dat een schuld persoonlijk is, maar dat niet zwart-op-wit kan aantonen – dan zal de wet die schuld als gemeenschappelijk aanmerken. De bewijslast rust op degene die stelt dat het een persoonlijke schuld is. Opgelet: zelfs als de hoofdsom van een schuld persoonlijk is (een schuld van vóór jullie huwelijk), dan wordt de rente die daarop tijdens het huwelijk verder loopt als een gemeenschappelijke schuld gezien!
> Scheiding van goederen
Dit huwelijksstelsel houdt in dat er geen gemeenschappelijk vermogen is; uw bezittingen en inkomsten blijven van u, die van uw partner blijven van hem/haar. U kunt nog steeds samen investeringen doen of een huis kopen, maar dat gebeurt in onverdeeldheid (jullie worden elk voor een deel eigenaar, zonder een gemeenschappelijk vermogen te creëren).
Het schuldenvraagstuk is hier eenvoudiger: alle schulden van vóór én tijdens het huwelijk komen toe aan degene die de schuld is aangegaan. Er is geen sprake van het samen dragen van persoonlijke schulden in een scheiding van goederen. Maakt uw partner schulden, dan blijven die zijn/haar eigen verantwoordelijkheid – en u kunt niet verplicht worden om bij te springen met uw vermogen. Belangrijk om te weten is dat ook bij scheiding van goederen de eerder genoemde gezamenlijke gezins- en belastingschulden een uitzondering vormen: zelfs als jullie vermogen gescheiden is, blijven beide echtgenoten hiervoor aansprakelijk.
Trouwen met scheiding van goederen wordt vaak aangeraden als één van de partners een verhoogd financieel risico loopt, bijvoorbeeld als zelfstandige ondernemer. In dat geval is het immers mogelijk dat die partner zakelijke of professionele schulden opbouwt. Dankzij de scheiding van goederen kunnen de schuldeisers van de ene partner geen aanspraak maken op het vermogen van de andere partner. Dit zogenaamd ‘onromantische’ stelsel is dus een manier om elkaar te beschermen binnen het huwelijk.
Tot slot: een scheiding van goederen sluit solidariteit tussen partners niet uit. U kunt in uw huwelijkscontract clausules laten opnemen om bijvoorbeeld toch samen te sparen of grote aankopen te delen, zonder dat schuldeisers eraan kunnen. Een notaris kan helpen met zo’n afspraken op maat (bv. een intern gemeenschappelijk vermogen of een verrekenbeding), zodat jullie financiële onafhankelijkheid én wederzijdse bescherming in evenwicht zijn.
> Algehele gemeenschap van goederen
Dit wordt ook wel het stelsel van de Grote Liefde genoemd. Hierbij worden alle bezittingen én schulden van beiden samengevoegd in één gemeenschappelijk vermogen, ongeacht of ze voor of tijdens het huwelijk zijn ontstaan.
U trouwt als het ware niet alleen met uw partner, maar ook met zijn/haar openstaande schulden. In de praktijk zal een schuldeiser zich bij wanbetaling kunnen richten tot het gezamenlijk vermogen dat jullie delen, ongeacht wie de schuld oorspronkelijk is aangegaan. Goed om te weten: in België valt u niet automatisch in dit stelsel als u huwt. U moet er uitdrukkelijk voor kiezen via een notarieel huwelijkscontract en de notaris zal u ook duidelijk informeren over de risico’s.
2. Wettelijk samenwonen en schulden
Twee ongehuwde personen kunnen bij de gemeente een verklaring van wettelijke samenwoning afleggen. Dit geeft hen een deel van de rechten en plichten die gehuwden ook hebben, maar niet allemaal. In grote lijnen geldt bij wettelijk samenwonen hetzelfde principe als bij een huwelijk met scheiding van goederen. Er is geen automatisch gemeenschappelijk vermogen; beide partners behouden hun eigen vermogen en zijn in principe alleen verantwoordelijk voor hun eigen schulden. Schulden die één partner vóór de wettelijke samenwoning had gemaakt, blijven dus zuiver op die persoon verhaalbaar. Ook nieuwe schulden die uw partner alleen aangaat (bijvoorbeeld een persoonlijke lening op zijn/haar naam) hoeft u als wettelijk samenwonende niet te betalen.
Net zoals bij gehuwden is er echter een uitzondering voor de dagelijkse gezinsuitgaven en de eventuele kinderen. Wettelijk samenwonenden zijn beiden hoofdelijk aansprakelijk voor schulden aangegaan voor de gewone huishoudelijke behoeften en de opvoeding van de kinderen.
Wettelijke samenwoners worden voor de fiscus op vergelijkbare wijze behandeld als gehuwden. Ze moeten samen een gezamenlijke belastingaangifte indienen en vormen één fiscale eenheid. Hierdoor kunnen belastingschulden van de ene partner ook op de andere worden verhaald. Net als bij echtgenoten kan de belastingdienst aankloppen bij beide partners (en hun beide vermogens) om achterstallige belastingen te innen.
Om u hiertegen te beschermen kunt u via de notaris een akte laten opstellen om uw persoonlijk vermogen uit te sluiten van die fiscale aansprakelijkheid. In Brussel is, overeenkomstig wat voor echtgenoten geldt, de wederzijdse aansprakelijkheid voor gewestbelastingen bij wettelijke samenwoners afgeschaft.
Hoewel bij wettelijk samenwonen de wet al een en ander regelt, kan het verstandig zijn om bijkomende afspraken te maken in een samenlevingscontract. Hierin kunnen partners bijvoorbeeld vastleggen wie eigenaar is van welke goederen en wie welke schulden op zich neemt.
3. Feitelijk samenwonen en schulden
Ten slotte zijn er koppels die samenwonen zonder enige formele verbintenis – geen huwelijk en geen wettelijke samenwoning. Juridisch gezien zijn feitelijk samenwonenden twee individuen zonder specifiek statuut naar elkaar toe. Dat heeft tot gevolg dat ieder zijn eigen vermogen, inkomen en schulden behoudt. Er is geen gemeenschapsvermogen of solidariteit voorzien in de wet zoals bij huwelijk of wettelijk samenwonen.
Eigen schulden blijven eigen: als u feitelijk samenwoont en uw partner heeft schulden (bijvoorbeeld een persoonlijke lening, gokschulden, studieschuld, enz.), dan bent u daarvoor in principe niet aansprakelijk. Schuldeisers kunnen enkel verhaal halen op het vermogen van de partner die de schuld maakte.
In theorie hoeft u dus niet te vrezen dat u ineens opdraait voor oude schulden van uw vriend(in) louter omdat jullie onder één dak wonen. Evenmin bent u mede aansprakelijk voor nieuwe schulden die uw partner alleen aangaat tijdens de periode dat jullie samenwonen. Een specifiek aandachtspunt bij (feitelijk) samenwonen – en dit geldt óók voor gehuwden met scheiding van goederen – is wat er gebeurt als een partner schulden niet betaalt en er een gerechtsdeurwaarder langskomt om beslag te leggen.
De deurwaarder kijkt naar het adres van de schuldenaar en gaat ervan uit dat alle roerende goederen op dat adres eigendom zijn van de schuldenaar. Dit betekent dat als uw partner schulden heeft en jullie samenwonen, uw spullen in huis niet automatisch gevrijwaard zijn. Voor de deurwaarder is de huisraad gewoon ‘gemeenschappelijk in gebruik’. Om uw eigen bezittingen terug te krijgen of te vrijwaren, moet u dan een bewijs van eigendom leveren en een zogenoemde revindicatieprocedure starten bij de rechter. Dat is vaak duur en omslachtig. De les hieruit is: als u samenwoont met iemand die schulden heeft, bewaar dan aankoopbewijzen, foto’s en documentatie van dure spullen die u zelf betaald hebt, en overweeg om duurdere persoonlijke eigendommen op een andere locatie te bewaren.
Natuurlijk besluiten veel feitelijk samenwonenden om bepaalde uitgaven samen te doen – bijvoorbeeld een auto kopen, een huurcontract samen ondertekenen, of een lening op beide namen aangaan. In zulke gevallen hebben jullie bewust samen de schuld aangegaan en kunnen jullie allebei aangesproken worden tot terugbetaling.
Strikt wettelijk is een feitelijk samenwonend koppel dus niet elkaars schuldenpartner. Toch is het logisch dat ook hier de gewone huishoudskosten en kinderuitgaven door beide partners worden gedragen. Dit laatste heeft ook een andere rechtsgrond, want u heeft ook plichten als ouder, die losstaan van het feit of jullie samenwonen of niet. Als een bepaalde schuld is aangegaan voor jullie gedeelde huishouding, dan is het redelijk dat jullie daar allebei voor instaan.


