Beleggen, (pensioen)sparen en woonkrediet: wat moet u aangeven?
Keytrade Bank
keytradebank.be
26 mei 2026
(bijgewerkt op 01 juni 2026)
3 minuten te lezen
Binnenkort uw belastingaangifte indienen? Van interesten en dividenden tot pensioensparen en woonkredieten: dit overzicht toont wat u zelf moet aangeven en welke voordelen u niet mag missen.
1. Spaargeld: wanneer moet u interesten aangeven?
Op een gereglementeerde spaarrekening betaalt u geen belasting op de eerste schijf van 1.020 euro aan interesten per persoon. Bent u gehuwd of woont u wettelijk samen en staat de rekening op beide namen? Dan verdubbelt dat bedrag naar 2.040 euro. Zolang uw opbrengsten uit interesten in 2025 onder dat plafond blijven, hoeft u dus niets te doen. De bank houdt geen belasting (roerende voorheffing) in en u hoeft niets in te vullen in uw aangifte. Is het bedrag hoger dan 1.020/2.040 euro, dan houdt de bank 15% roerende voorheffing in op het bedrag boven de vrijgestelde schijf. Die belastingen stort de bank door naar de fiscus.
Heeft u meerdere spaarrekeningen, bij dezelfde of bij verschillende banken? Dan kan de som van de interesten wél boven de vrijstelling uitkomen. Elke bank bekijkt enkel haar eigen rekeningen. Als het gecombineerde bedrag hoger ligt, dan moet u het overschrijdende deel wel aangeven. Dat doet u bij de codes 1151 (voor de enige belastingaangever, of de oudste in geval van een koppel) of 2151 (voor de jongste van twee belastingaangevers). Let op: interesten die uw minderjarige kinderen ontvangen, tellen ook mee. De door Keytrade Bank gecommercialiseerde spaarrekeningen zijn gereglementeerd. Op een niet-gereglementeerde spaarrekening betaalt u altijd 30% roerende voorheffing. Die wordt automatisch ingehouden door de bank en hoeft u niet aan te geven. Hetzelfde geldt voor termijnrekeningen.
Heeft u een buitenlandse spaarrekening? Dan moet u dat sowieso vermelden in vak XIII van uw aangifte, én aanmelden bij het Centraal Aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank van België.
2. Beleggingen: wat houdt de bank in en wat moet u zelf doen?
Bij de meeste aan- of verkopen van beleggingsproducten op de beurs betaalt u beurstaks (ook wel taks op beursverrichtingen of TOB genoemd). De tarieven variëren van 0,12 tot 1,32 procent, afhankelijk van het type product, met een plafond tot 4.000 euro. In België houdt uw bank die taks automatisch in. U hoeft er niets over te vermelden in uw aangifte.
Ontvangt u dividenden van aandelen, dan houdt uw bank hierop doorgaans 30% roerende voorheffing in. Hetzelfde geldt voor coupons op obligaties en voor bepaalde uitkeringen uit beleggingsfondsen. Die roerende voorheffing is in de meeste gevallen bevrijdend, wat betekent dat u die inkomsten niet nogmaals hoeft aan te geven.
> Vrijstelling voor dividenden: tot 249,90 euro terugvragen
Hier laten veel beleggers geld liggen. U heeft recht op een vrijstelling voor de eerste schijf van 833 euro aan dividenden per persoon. Die vrijstelling geldt voor zowel Belgische als buitenlandse aandelen, maar niet voor dividenden uit beleggingsfondsen. Belangrijk: de fiscus past de vrijstelling nooit automatisch toe! U moet ze elk jaar opnieuw zelf vragen in uw belastingbrief.
Concreet betekent dit: als u in 2025 833 euro of meer aan dividenden hebt ontvangen waarop 30% roerende voorheffing is ingehouden, kunt u tot 249,90 euro recupereren. Die voorheffing werd al ingehouden, maar u hebt recht op een terugbetaling via uw aangifte. Vul daarvoor het bedrag van de ingehouden roerende voorheffing in bij de codes 1437/2437. Het dividendbedrag zelf hoeft u niet te vermelden.
Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend? Dan heeft elke partner afzonderlijk recht op de vrijstelling. Ontvingen u en uw partner samen meer dan 833 euro aan dividenden? Dan kunt u de vrijstelling verdelen, afhankelijk van uw huwelijksstelsel en eigendomsverhoudingen. Heeft u samen met uw kinderen een beleggingsrekening, waarbij u het vruchtgebruik heeft en de kinderen de blote eigendom? Dan heeft de vruchtgebruiker het wettelijk genot van de inkomsten van de effectenrekening, en kan enkel die de teruggave van roerende voorheffing vragen.
> Meerwaarden op beleggingen: voorlopig niet belast
Op gerealiseerde meerwaarden betaalt u als particulier in principe geen belasting. Verkoopt u een reeks aandelen met 600 euro winst, dan wordt u op die winst in principe niet belast. Eventuele verliezen kunt u dan ook niet aftrekken. Dat geldt althans voor de aangifte van dit jaar, die betrekking heeft op de inkomsten van 2025. De nieuwe meerwaardebelasting treedt pas in werking vanaf het inkomstenjaar 2026, en zal dus voor het eerst opduiken in de aangifte van volgend jaar.
Let wel: voor bepaalde beleggingsfondsen met een obligatiecomponent van minstens 10 procent bestaat al een belasting op de meerwaarde bij verkoop. De bank houdt die automatisch in; u hoeft er niets over aan te geven.
> Als u speculeert op de beurs Er is sprake van speculatie als u veel risico neemt om op korte termijn veel te winnen, veel koopt en verkoopt of bijvoorbeeld een lening aangaat om te beleggen. Wat onder speculatie valt of niet, kan de fiscus geval per geval beoordelen. Als u speculeert op de beurs, dan moet u gerealiseerde meerwaarden wél aangeven. Die worden belast aan 33%. U geeft ze aan in vak XV, onder code 1440/2440. De eventuele kosten mag u aftrekken onder code 1441/2441. Ook mag u van uw meerwaarden eventuele minderwaarden aftrekken.
> Taks op effectenrekeningen Heeft u een effectenrekening van meer dan een miljoen euro? Dan kan er een jaarlijkse effectentaks van 0,15% van toepassing zijn. Ook die wordt doorgaans door uw financiële instelling afgehandeld. Ontdek meer details over deze taks.
3. Pensioensparen: tot 315 of 337,50 euro belastingvermindering
Pensioensparen blijft een van de meest toegankelijke fiscale voordelen. Met het basisplafond kon u in 2025 tot 1.050 euro opzij zetten en krijgt u in 2026 een belastingvermindering ter waarde van 30 procent van dit bedrag, ofwel maximaal 315 euro. Koos u voor het verhoogde plafond, dan mocht u in 2025 tot 1.350 euro storten, maar daalde het percentage naar 25 procent. Dat levert maximaal 337,50 euro op.
Het gestorte bedrag vindt u terug op het attest 281.60 dat u van uw bank of verzekeraar ontvangt. In Tax-on-web of in het voorstel van vereenvoudigde aangifte is dat bedrag normaal gezien vooraf ingevuld in de codes 1361 of 2361.
4. Langetermijnsparen: tot 735 euro belastingvermindering
Langetermijnsparen werkt vergelijkbaar, maar met hogere plafonds. Het maximumbedrag hangt af van uw netto belastbaar beroepsinkomen en bedroeg in 2025 maximaal 2.450 euro. Het belastingvoordeel is 30%, wat neerkomt op maximaal 735 euro. Concreet geeft u uw langetermijnsparen aan in rubriek 1353 of 2353. Langetermijnsparen deelt wel dezelfde fiscale korf met de aflossingen van een hypothecaire lening. Wie nog een woonkrediet afbetaalt dat recht geeft op een fiscaal voordeel, heeft mogelijk weinig of geen ruimte meer voor langetermijnsparen.
5. Woonkrediet: afhankelijk van uw gewest
De federale interestaftrek is ondertussen verdwenen. Dat was een belastingvoordeel voor wie leende voor ander vastgoed dan de gezinswoning, zoals een tweede verblijf of een investeringspand. Het voordeel vervalt voor alle leningen, zowel oude als nieuwe. Ook de vermindering voor interesten van groene leningen (afgesloten tussen 2009 en 2011) en de federale woonbonus zijn afgeschaft.
Voor uw eigen woning hangt het fiscale plaatje af van het gewest waar u woont en het moment waarop u uw lening afsloot. In Vlaanderen en Brussel bestaat de woonbonus al enkele jaren niet meer voor nieuwe leningen. In Wallonië werd de chèque habitat in 2025 afgeschaft voor nieuwe kredieten. Heeft u vóór die data een lening afgesloten? Dan kunt u in de meeste gevallen nog gebruikmaken van een overgangsregeling.
6. Enkele nieuwigheden
In de aangifte van dit jaar (inkomstenjaar 2025, aanslagjaar 2026) zijn de belastingverminderingen afgeschaft voor huispersoneel, de installatie van een thuislaadpaal, premies voor een rechtsbijstandsverzekering, verliezen op een private privak, energiezuinige woningen, adoptiekosten en elektrische drie- of vierwielers. De belastingvermindering voor giften van minstens 40 euro blijft wel, maar zakt van 45 naar 30%. Goed om weten: een aangifte op papier moet u in 2026 ten laatste op 30 juni indienen. Online gelden er twee deadlines: 15 juli voor niet-complexe aangiften en 16 oktober voor complexe aangiften. Ongeveer vier miljoen Belgen hebben intussen een voorstel van vereenvoudigde aangifte gekregen. Dat voorstel is handig, maar controleer het altijd. De fiscus kent niet al uw inkomsten en uitgaven, kan fouten maken en vult bepaalde voordelen niet automatisch in.


