Naar navigatie gaanNaar aanmelden gaanNaar inhoud gaan

De Euro-obligatiemarkt: basisbeginselen

Euro-obligaties" (of ook wel "Eurobonds" genoemd) zijn obligaties die vaak in meerdere Europese landen tegelijk worden uitgegeven.

Euro-obligaties" (of ook wel "Eurobonds" genoemd) zijn obligaties die vaak in meerdere Europese landen tegelijk worden uitgegeven. De emittenten zijn vaak grote internationale instellingen, bedrijven of soms publieke overheden. Het voorvoegsel "euro" duidt enkel op de plaats van uitgifte van de obligaties (nl. Europa) en niet op de nationaliteit van de emittent of de munteenheid van de emissie. Een eurobond kan dus perfect worden uitgegeven door een Japans bedrijf in Amerikaanse Dollar.

Naast de "euro-obligatiemarkt" bestaat er ook nog de markt van de binnenlandse of "domestic" obligaties. Dit zijn obligaties die enkel in het thuisland van de emittent worden uitgegeven (bvb. een obligatielening van General Motors die in de Verenigde Staten wordt uitgegeven). Keytrade Bank verhandelt enkel Euro-obligaties.


De uitgifte van obligaties ("primaire markt")

Een emittent (bvb een multinational) die in het kader van zijn bedrijfsfinanciering een obligatielening wenst uit te schrijven, zal zich tot een gespecialiseerde bankier wenden die de uitgifte in al haar formaliteiten zal regelen. Daarbij dienen tal van parameters ingevuld, waarvan de belangrijkste zijn: het bedrag van de uitgifte, de looptijd, de munteenheid, de coupon en de intekenprijs

  • Het bedrag van de uitgifte ("issue size"): dit is het totale bedrag dat de emittent wenst op te halen op de primaire obligatiemarkt. Een veel voorkomende "issue size" op de eurobondmarkt is 100 miljoen €.
  • De looptijd van de obligatie wordt tevens bepaald door de emittent. Die schommelt veelal tussen 3 en 10 jaar.
  • De munteenheid: alhoewel de meeste emissies in € gebeuren, kan een euro-obligatie in alle mogelijke munten worden uitgegeven.
  • De "coupon": dit is de periodieke (vaak jaarlijkse) rentevoet die de belegger zal ontvangen op het nominaal geinvesteerde bedrag.
  • De intekenprijs: dit is het percentage van de nominale waarde waartegen de obligatie op de "primaire markt" wordt uitgegeven.

Voorbeeld: General Motors wenst een euro-obligatie uit te geven. Samen met de zakenbankier wordt overeengekomen dat de uitgifte op de primaire markt volgende karakteristieken zal hebben:

  • Bedrag van de uitgifte: 150.000.000€
  • Looptijd: 7 jaar
  • Munteenheid: €
  • Coupon: 5,25%
  • Intekenprijs: 101%

Gedurende een beperkte periode (de zogenaamde "inschrijvingsperiode", vaak 4 à 6 weken) kunnen beleggers dus inschrijven ("inschrijving op de primaire markt") op de obligatielening van General Motors. Voor een nominale belegging van 10.000€, dient een belegger wel 10.100€ te betalen (101%). Gedurende 7 jaar zal deze obligatie op elke coupon-verjaardag een rente opbrengen van 525€ (5,25% van 10.000€) vóór afhouding van roerende voorheffing. Op eindvervaldag (na 7 jaar) ontvangt de belegger zijn 10.000€ terug.


Secundaire markt van euro-obligaties

Eénmaal de inschrijvingsperiode van een nieuwe obligatielening voorbij is, kan er niet meer worden ingeschreven tegen de oorspronkelijke intekenprijs. De obligatie noteert dan niet meer op de "primaire markt".

Dit betekent echter niet dat een geïnteresseerd belegger deze obligatie niet meer kan kopen! Inderdaad, daags na de afsluiting van de inschrijvingsperiode "verhuist" de obligatielening van de primaire naar de secundaire markt.

De secundaire markt van euro-obligaties is dus niets anders dan een markt van reeds bestaande euro-obligaties. Op deze markt zijn permanent kopers en verkopers actief, waardoor er permanent een prijsvorming optreedt. Een belegger, die een obligatie op de primaire markt heeft gekocht, kan die dus in principe steeds op de secundaire markt verkopen. De actieve belegger kan tevens op de secundaire obligatiemarkt op koopjesjacht gaan naar interessant geprijsde obligaties.

In tegenstelling tot de aandelenmarkt, gebeuren de meeste transacties op euro-obligaties echter niet via de beurs, maar rechtstreeks tussen professionelen (bankiers, wisselagenten,...). Vaak zijn de euro-obligaties wel beursgenoteerd (veelal op de Luxemburgse beurs), maar om redenen van beperkte liquiditeit, wordt het merendeel der transacties OTC ("over the counter" tussen professionelen) afgehandeld. Dit betekent dat, in tegenstelling tot de aandelenhandel, de eurobond handel een puur professionele handel is.

Als absolute primeur stelt Keytrade Bank via haar Eurobond trading platform deze professionele secundaire markt open aan haar cliënten.


Basisbegrippen bij het beleggen in euro-obligaties

Waarom zou ik beleggen in obligaties, hoe veilig is een obligatie-belegging, hoe kies ik een goede obligatie, waarop moet ik letten,….?

Op deze en nog veel andere basisvragen proberen wij u hierna een antwoord te bieden. Wij wensen u hierna een eerste inzicht te geven in de basisbegrippen van het beleggen in obligaties. Voor een meer gedetailleerde uiteenzetting, verwijzen wij naar de uitgebreide literatuur terzake.


De tegenstelling: "Risico" en "Rendement"

Vanzelfsprekend wenst elke belegger steeds de onmogelijke combinatie van "grote veiligheid" en "hoog rendement" op al zijn beleggingen. Jammer genoeg gaat veiligheid meestal nooit samen met hoog rendement. Hoge rendementen houden meestal hogere risico's in. Deze universele vuistregel is van toepassing in het ganse beleggingslandschap, dus ook in de obligatiemarkt.

  • Kwaliteit en Rating De kwaliteit van de emittent wordt vaak uitgedrukt door zijn zogenaamde "rating". De rating van een emittent geeft een idee over zijn kredietwaardigheid. Hierbij wordt de vraag gesteld: hoe zeker is de obligatiehouder (de belegger dus) dat de emittent aan al zijn verplichtingen zal voldoen? Naast de periodieke betaling van de interesten, dient de emittent vanzelfsprekend in staat te zijn om op de vervaldag het nominale bedrag van de obligatie terug te betalen aan de belegger.Er bestaan meerdere "ratingbureaus", die een objectief oordeel vellen over de kredietwaardigheid van emittenten op de obligatiemarkt. De meest gekende ratingbureaus zijn Standard&Poors ("S&P") en Moody's.Na een grondige analyse van de emittenten, geven deze bureaus een zogenaamde "credit-rating", die een aanduiding is van de kredietwaardigheid van deze emittenten.Indien Standard&Poors een "AAA"-rating toekent aan een emittent, dan is dit een aanduiding dat deze emittent uiterst solvabel is. Het equivalent van "AAA"-rating van Standard&Poors is de "Aaa"-rating van Moody's.Obligaties die een rating hebben die lager is dan "BBB" (volgens de S&P rangschikking) of "Baa3" (volgens Moody's) worden algemeen als speculatief aanzien.
empty-headerempty-header
Standard & Poor's
Moody's
AAA
Aaa
AA
Aa1 - Aa3
A
A1 - A3
BBB
Baa1 - Baa3
BB
Ba1 - Ba3
B
B1 - B3
CCC
Caa1 - Caa3
CC
Ca
C
C
D
N.R.
NR
Plus (+) or minus (-)
r

  • Vanzelfsprekend zal een obligatie uitgegeven door een zeer goede debiteur (met een hoge rating, bvb AA of A2) een lager rendement opleveren, dan een obligatie met dezelfde karakteristieken, waarvan de emittent in slechte financiële papieren zit (en die daardoor bvb een rating B of B2 heeft).Let dus bij het vergelijken van rendementen steeds op de rating van de obligaties!
  • Duurtijd In normale marktomstandigheden zal een langlopende obligatie steeds een hoger rendement opleveren dan een kortlopende obligatie. Een langlopende obligatie houdt echter wel hogere risico's in: er is een hoger renterisico en aangezien de toekomst nooit voorspelbaar is, is de kans dat iets fout loopt met een emittent vanzelfsprekend groter naarmate de looptijd langer is.
  • Munteenheid Sommige obligaties kunnen een zeer aantrekkelijk rendement vertonen, zonder dat het daarom om slechte debiteuren gaat! De reden kan gewoon zijn dat de obligatie is uitgegeven in een hoge-rendementsmunt. Vergeet echter niet dat wisselkoersen evolueren en dus een risico inhouden! Indien u absoluut geen wisselrisico wenst te nemen, dient u enkel in € te beleggen. Het rendement van obligaties in € is dan misschien wel lager dan in sommige andere munten (bvb Hongaarse Forint), maar u neemt dan ook geen wisselkoersrisico. Wenst u echter bvb te speculeren op een stijging van de Amerikaanse Dollar, kan het wel interessant zijn om obligaties in Amerikaanse Dollar te kopen.
  • Interestvoet en Coupon De coupon is de periodieke interestbetaling die je als obligatiehouder ontvangt. Meestal betalen euro-obligaties een jaarlijkse vaste coupon uit, maar halfjaarlijkse of trimestriële coupons komen ook voor.Het couponbedrag wordt bepaald door de nominale interestvoet te vermenigvuldigen met het nominale bedrag van de obligatie.Voorbeeld: Een obligatie heeft een nominale interestvoet van 5,25% per jaar. Een belegger kocht 10.000 € en betaalde daar 10.400 € voor. Hij zal elk jaar 5,25% van 10.000 € als coupon ontvangen: 5,25% x 10.000 = 525 €.Naast de obligaties met vaste rentevoet, bestaan ook obligaties met veranderlijke rentevoet. De rentevoet van deze obligaties wijzigt periodiek gedurende de ganse looptijd van de obligatie (veelal wordt de rente trimestrieel aangepast). Meestal wordt deze "vlottende rente" gekoppeld aan één of andere marktrentevoet, zoals de Euribor-rente. Deze obligaties worden in het vakjargon ook vaak "Floating Rate Notes" genoemd.Voorbeeld: een "Floating Rate Note" heeft een looptijd van 4 jaar en betaalt een trimestriële coupon die wordt vastgesteld op "Euribor 3 maand + 0,50%".Er bestaan tevens zogenaamde "zero-coupon obligaties". Zoals de naam al laat vermoeden betalen deze obligaties geen periodieke coupon uit. Dit betekent echter niet dat een belegging in een zero-coupon oninteressant zou zijn. Inderdaad: het karakteristieke aan een zero-coupon obligatie is dat deze "onder pari" wordt uitgegeven. Dit betekent dat als een belegger een zero-coupon obligatie koopt, hij minder betaalt dan de terugbetalingsprijs van de obligatie. Zijn rendement wordt gevormd door het verschil tussen de terugbetalingsprijs (vaak 100% van het nominale bedrag) en de prijs die de belegger betaalde.Voorbeeld: een "zero-coupon obligatie" heeft een looptijd van 5 jaar en noteert aan 75%. De terugbetalingsprijs is 100%. De belegger zal gedurende 5 jaar géén coupons ontvangen, maar zijn investering van 75% wordt na 5 jaar terugbetaald aan 100%.
  • Prijs en rendement In het hierboven aangehaalde voorbeeld ontvangt de belegger een jaarlijkse coupon van 5,25%. Deze coupon wordt berekend op het nominale bedrag van de obligatie die hij kocht (10.000 €) en niet op de prijs die hij betaalde (10.400 €).Derhalve is het rendement, dat de belegger haalt op zijn investering, lager dan 5,25%! Zijn "direct rendement" bedraagt slechts 525/10.400 = 5,05%. Dus: hoe hoger de prijs van een obligatie, hoe lager zijn rendement.Professionele beleggers hanteren echter quasi nooit het begrip"direct rendement", maar wel het zogenaamde "actuariele rendement".Het actuariële rendement is het rendement op jaarbasis van een obligatie waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met de couponrente, maar ook met andere elementen zoals coupondatum, de eindvervaldag, de huidige prijs en de terugbetalingsprijs van de obligatie. Hernemen we even het voorbeeldje van hierboven. Stel dat de belegger deze obligatie had gekocht net één jaar voor eindvervaldatum. Hij betaalde dus 104% (10.400 € voor 10.000 € nominaal) en zal na één jaar aan 100% (of 10.000 €) worden terugbetaald. Na één jaar maakt de belegger zijn rekening: enerzijds ontving hij 5,25% coupon maar hij verloor 4% op zijn belegging (hij kocht aan 104% en werd aan 100% terugbetaald). Zijn netto-rendement bedraagt dus slecht 1,25%. Stel nu dat de belegger deze obligatie net twee jaar voor vervaldag had gekocht, eveneens aan 104%. Na afloop maakt de belegger opnieuw zijn rekening: hij ontving 2 coupons van 5,25%, hetzij 10,50%, en hij verloor 4% op zijn belegging. Na twee jaar heeft hij dus een netto-rendement van 10,50%-4% = 6,50%, hetzij ongeveer 3,25% per jaar.Deze rendementsbenadering geeft een veel preciezer beeld van het werkelijke rendement van een obligatiebelegging dan het eenvoudige "directe rendement".Professionelen berekenen dit rendement echter met technieken van de actuariële wiskunde (het voorbeeld hierboven is sterk vereenvoudigd!), waardoor men spreekt over het "actuariële rendement".
  • Speciale terugbetalingsformules Meestal worden obligaties gewoonweg (in geld) terugbetaald tegen de nominale waarde. Dit hoeft echter niet steeds het geval te zijn. Sommige obligaties worden automatisch terugbetaald in aandelen; bij andere obligaties heeft de belegger de keuze om op de eindvervaldag te worden terugbetaald hetzij in aandelen, hetzij in cash. Voor nog andere obligaties is de terugbetaling gekoppeld aan een beursindex.
  • Waarborgen/Rangorde Er wordt algemeen aangenomen dat obligaties tamelijk veilige beleggingen zijn. De kans dat een obligatie van een goede emittent niet wordt terugbetaald is tamelijk klein.In het geval een emittent in faling zou gaan, bestaat immers een volgorde waarin de schuldeisers van deze emittent zullen worden terugbetaald. Eerst worden gepriviligeerde schuldeisers terugbetaald (bvb de Staat, de hypothecaire schuldeisers,...). Vervolgens worden de gewone schuldeisers terugbetaald (in deze groep zitten de meeste obligatiehouders). Als allerlaatste worden de achtergestelde schuldeisers terugbetaald (de aandeelhouders, de achtergestelde obligatiehouders,...).Het is dus van belang dat de waarborgen en de rangorde bij faling van de obligaties worden beoordeeld alvorens men als belegger een obligatie aankoopt.
    • Waarborgen :
      • In tegenstelling tot "secured bonds" worden "unsecured bonds" uitgegeven zonder specifieke waarborgen.
      • Bij multi-nationals wordt de emissie van een obligatie vaak gewaarborgd door het moederbedrijf ("Company Guarantee" of als het om een bankgroep gaat "Bank Guarantee")
      • Sommige obligatie-emissies zijn "asset backed": dit betekent dat er specifieke activa werden geblokkeerd die als garantie dienen voor de terugbetaling van de obligatielening
    • Rangorde:
      • Een "subordinated bond" (achtergestelde obligatie) wordt in geval van faillissement nà alle andere obligatiehouders betaald, maar net voor de aandeelhouders.
      • Een "senior bond" is een gewone obligatie, die niet is achtergesteld en dus veiliger is dan een "subordinated bond".
  • Verlopen interesten De meeste eurobonds betalen een jaarlijkse coupon. Elke dag, dat een belegger een obligatie aanhoudt, verdient hij dus in principe 1/365 ste aan deze jaarlijkse coupon.Stel nu dat de belegger een obligatie koopt op de secundaire markt, en dat deze obligatie binnen 7 maand zijn jaarlijkse coupon uitbetaalt. Anders gesteld: sinds de laatste couponbetaling zijn 5 maanden verlopen. In deze obligatie zitten dan 5 maanden verlopen interesten. Deze interesten komen aan de verkoper van deze obligatie toe. De koper van de obligatie zal die dus moeten betalen. De koper zal echter wel op coupondatum (binnen 7 maand) de volledige coupon ontvangen.De verlopen interesten worden berekend door een breuk toe te passen op het couponbedrag: de teller van deze breuk is gelijk aan het aantal dagen verlopen interest, de noemer is het aantal dagen in één jaar. Deze breuk (ook wel de "accrual basis" genoemd) kan verschillen van obligatie tot obligatie. De meest voorkomende "accrual basis" zijn:
    • ACT/ACT: De teller drukt het effectieve aantal dagen ("actual") uit tussen de laaste coupondatum en de valutadatum. De noemer drukt het effectief aantal dagen in het jaar aan (365 of 366)
    • ACT/360: De teller drukt het effectief aantal dagen uit tussen de laatste coupondatum en de valutadatum. De noemer wordt op 360 dagen bepaald.
    • 30/360: Er wordt uitgegaan dat elke maand dertig dagen telt.
    Voorbeeld Een obligatie heeft volgende karakteristieken:
    • laatste coupon werd betaald op 23 februari 2003
    • de coupon bedraagt 6% per jaar
    • de accrual basis is ACT/ACT
    Een belegger koopt 10.000 € in deze obligatie op valutadatum 19 september 2003.Het exact aantal dagen tussen 23/2/2003 en 19/9/2003 bedraagt 208 dagen. De verkoper van de obligatie heeft dus recht op 6% x 10.000 x208 / 365 =341,92 € aan "verlopen interesten". De koper zal die dienen te betalen aan de verkoper. De koper zal echter wel op 23/2/2004 (eerstvolgende coupondatum) de volledige coupon ontvangen, nl: 6% x 10.000 = 600 €.