Door ons gebruik van cookies te aanvaarden, geeft u ons de gelegenheid om uw gebruikservaring op onze site te verbeteren: die verloopt sneller, persoonlijker en veiliger. U kan op gelijk welk moment deze parameters wijzigen.

Oost, west, cohousing best?

Gepubliceerd op:

26/06/2019

“Er bestaan verschillende vormen van gemeenschappelijk wonen: leefgemeenschappen, cohousing, huisdelen …”, vertellen Federico, Mia en Koenraad. “Bij cohousing heeft elk gezin zijn eigen huis of appartement. Daarin zit nagenoeg alles wat je in een ‘normaal’ huis verwacht: slaapkamers, een woonkamer, keuken, badkamer, toilet, en eventueel een privétuintje.”

“Daarnaast is er ook een gemeenschappelijke ruimte - of verdieping in geval van hoogbouw - die voor elke bewoner toegankelijk is. Die bestaat meestal uit een grote leefruimte, eetzaal, een grootkeuken, een speelruimte en een wasserette. Afhankelijk van de wensen van de bewoners kunnen er uiteraard nog andere ruimtes ondergebracht zijn: gastenkamers, sauna, atelier, een coworkruimte, fitnesszaaltje, zwembad, muziekruimte, noem maar op.”

In de praktijk delen cohousers meer dan alleen maar bakstenen en gras. Van auto’s tot kruiwagens. Van speelgoed tot slijpschijven. Van kranten tot fruitbomen. Van barbecuestellen tot fitnesstoestellen. “Heel wat spullen gaan van hand tot hand. Maar wel altijd met het grootste respect voor elkaars materiaal”, vervolgt het drietal. “Delen is niet alleen handig, plaatsbesparend en milieuvriendelijker. Het bespaart ook een flinke duit.”

Groepskorting?

Over besparen gesproken ... Is deel worden van een cohousingproject goedkoper dan zelf een lapje grond te kopen en een eigen huis te bouwen? “Nee. Het is niet significant goedkoper, maar ook niet duurder. Het geld dat je minder betaalt voor je eigen woning (onder meer omdat je een logeerkamer, garage, washok … kunt schrappen), gaat naar de gemeenschappelijke ruimtes en tuin. Omdat de aannemer natuurlijk meerdere huizen tegelijk bouwt kun je wel een ‘groepskorting’ bedingen. Bij de meeste projecten steken de toekomstige bewoners bovendien vaak ook zelf stevig de handen uit de mouwen om de kosten te drukken”, stippen Koenraad, Federico en Mia aan. “Cohousing doe je niet in de eerste plaats voor een prijsvoordeel, maar omdat je overtuigd bent van de meerwaarden.”

En privacy?

Cohousers lopen elkaars deur voortdurend plat en je moet elke avond samen eten. Privacy? Vergeet het! Federico en Koenraad moeten smakelijk lachen om dit vooroordeel. “Bij de bouw van een cohousingproject houden architecten heel bewust rekening met ieders privacy. Je hebt niet alleen je eigen woning. Je kunt je ook makkelijk afsluiten als je wil, en overal zijn er vluchtwegen als je even geen contact wil”, lachen ze. “Maar omdat je elkaar al van bij de start kent - en samen fijne momenten en minder fijne momenten deelde - kan je heel open zijn met elkaar. Kom je een bewoner tegen in de gemeenschappelijke tuin en heb je geen zin in een babbel? Dan zeg je gewoon: Sorry makker. Ik heb vandaag geen zin in een babbel. En dan zal Bert geen seconde denken: Oei, die moet mij precies niet hebben.”

-Meer weten over cohousing? Vzw Samenhuizen bundelde de basics in een handige startgids.

Tussen droom en daad

Tussen de eerste bijeenkomst met kandidaat-cohousers en het moment dat iedereen de sleutels in handen heeft, mag u gemiddeld rekenen op 4 à 5 jaar. “Dat is niet zo gek veel langer dan zelf een eigen woning te laten bouwen. Bouwgrond zoeken, plannen uittekenen, vergunningen krijgen, aannemers vinden, de boel financieren … Een privéwoning heb je er meestal ook niet zo snel staan”, vertellen de drie. Uiteraard zijn er altijd uitzonderingen. Sommige cohousingprojecten klaren het in 2 jaar, andere doen er langer dan 5 jaar over.

De babbel met de bank ...

Hoewel banken vroeger nogal argwanend stonden tegenover het concept, is die achterdocht vandaag al een groot stuk weg. “De juridische structuur van een cohousingproject is meestal ongeveer gelijk aan dat van een appartement, namelijk een vereniging van mede-eigenaars. In de basis werkt het bijna hetzelfde als een appartement: je koopt niet alleen je eigen appartement, maar ook een stukje van de bouwgrond en de gemeenschappelijke delen (lift, gang, kelder, garage …)”, vertelt Federico. “En als je je woning wil verkopen, ben je ook helemaal vrij om dat te doen én aan elke kandidaat-koper. Dat is dus geen gemeenschappelijke beslissing.”

 


Federico

Federico richtte mee Cohousing Vinderhoute (bij Gent) op met 19 woningen.  Hij begeleidt ook al 7 jaar cohousingprojecten doorheen alle stadia. “Cohousing was toen nog zo goed als onbestaande in België. Nadat het project klaar was, rees het idee om al die opgedane kennis en ervaringen ten dienste te stellen van nieuwe cohousingprojecten.”

“Voor mij zit de grootste sterkte in het groepsaspect. Dat bewijst al z’n nut tijdens de opstartfase. Er zit altijd wel een handige harry en een administratieve wizard in. Omdat je elkaar al jarenlang hebt leren kennen in alle mogelijke situaties, tegenslagen, hilarische momenten ... voelt je hele wijk eigenlijk als je thuis. Je hebt er samen gebrainstormd, gebouwd, gelachen en gevloekt. Niet alle bewoners zijn per se ‘beste vrienden’, maar wel zeker allemaal goede buren.”

 


Mia

Mia startte samen met haar man De Okelaar op in Wolvertem (Meise). Het cohousingproject is ondergebracht in een voormalig klooster, kleuterschool en lagere school. “Al sinds mijn studententijd heb ik dit altijd als een natuurlijke vorm van wonen ervaren. Toen ik mijn man in 2008 ontmoette, bleken we allebei dezelfde stille droom te koesteren en hebben we de bal aan het rollen gebracht.”

“Ons concept bestaat zowel uit koopwoningen, huurwoningen als sociale huurwoningen. We hebben een brede mix van jong en oud, alleenstaanden en gezinnen. De klemtoon ligt bij ons op 3 pijlers: sociaal, ecologisch en spiritueel. Met dat spirituele bedoel ik niet dat we elke avond rond het kampvuur zitten. Maar wel dat we bewust leven, met respect voor ieders levensbeschouwing, voor elke mens, voor de aarde. Samenwonen - onder welke vorm dan ook - leidt soms tot conflicten. Die spirituele pijler helpt om daar beter uit te komen.”

 


Koenraad

Koenraad stond mee aan de wieg van het cohousingproject in Vinderhoute. “Als student huurde ik al grote herenhuizen, die ik verder verhuurde aan vrienden. Toen ik 25 werd, was het tijd voor een nieuw hoofdstuk en besloten mijn partner en ik om een cohousingproject op te starten. Enkele maanden nadat we een zoekertje hadden gepost op samenhuizen.net zaten met een tiental andere kandidaat-cohousers rond de tafel. Cohousing Vinderhoute is vandaag het resultaat: een terrein van 1,2 hectare met zo’n 70 bewoners, waarvan ongeveer de helft kinderen.”

“Behalve materiële zaken, delen we ook lief en leed met elkaar: van trouwpartijen tot sterfgevallen. Cohousing staat voor mij ook synoniem met een luxeleven. Een voorbeeld? We hebben een beurtrol om elke dag alle kinderen naar school te brengen en op te halen. Ik heb het eens uitgerekend: dat bespaart mij en mijn partner 8 uur tijd per week. 8 uur! Babysitter nodig? Ook dat is zo geregeld.”

Ontdek andere artikels uit dezelfde categorie